Niets is wat het lijkt
paperback 12,5 x 20 cm, aantal pagina`s 116
geïllustreerd : nee
ISBN : 978-90-8834-758-0
uitgegeven : 23 december 2010
prijs : € 15,95
Thierry Deleu komt twee jaar na zijn laatste met een nieuwe (zevende) roman op de proppen.
Niets is wat het lijkt leest vlot ondanks het steeds afwisselen van het perspectief. Drie perspectieven: enerzijds die van de auteur zelf en anderzijds die van het mannelijke hoofdpersonage, Dirk, en het vrouwelijke hoofdpersonage, Riet. Deze wisselen (bijna) iedere keer per hoofdstuk. Het verhaal zelf? Dirk is geobsedeerd door Riet, zijn eerste (school)lief. Om bij haar in de buurt te komen gaat hij naar het schoolbal (op dat moment is zij een vlinder), naar het klooster (zij is een non die uittreedt), naar haar flatje (zij is een luxe prostituee). Misbruik, kloosterleven en prostitutie.
uit het boek:
Ik ben Riet Dupon. Ik ging de eerste jaartjes naar de meisjesschool in het dorp. Naast de kerk stond het klooster en de school. Ze was er voor mensen met weinig geld. Er was een beduidend lage standaard van lesgeven.
Indien Jezus, die arm was, ooit kinderen zou hebben gehad, - en dit wordt beweerd, - zouden die naar onze school mogen komen.
Nonnen deden een gelofte van armoede en ondersteunden het klassensysteem dat die armoede in stand hield. Maar het systeem zorgde er wel voor dat de nonnen voor de armen konden zorgen en omdat wij arm waren, kregen wij gratis onderwijs.
Op mijn dertiende werd ik intern in een school voor kinderen met een zwakke gezondheid. Aan zee in De Haan. Het viel mijn moeder op dat ik fel vermagerde. Zij kon de dokter overtuigen dat ik hoorde bij de categorie uitgemergelde kinderen met shellshock. Dat waren kindjes met gevoels- en bewegingsstoornissen, angst, emotionele labiliteit. Acht jaar na het einde van de oorlog!
Er was echter meer aan de hand en ik besefte dat moeder er weet van had.
Ik bracht twee trimesters door in een instituut dat met harde hand door nonnen werd geleid. Ze waren nog strenger dan de nonnen op school. Ik had zo’n heimwee, zo’n pijn in mijn ingewanden, dat ik niet kon eten.
In de eetzaal bulderde de stem van de alziende non: "Alles opeten!"
We werden onderzocht op luizen. Ik voelde voor het eerst in mijn leven de schande DDT-poeder in mijn haar gestrooid te krijgen. Soms proefde ik de smaak in mijn mond. Thuis was ik aan het bijna dagelijkse ritueel van neten plukken gewend. Moeder leerde mij hoe ik de eitjes en af en toe een luis moest verpulveren tussen mijn vingernagels. Die luizen namen wij van school mee. Nu moest ik de misselijkmakende geur van het witte poeder inademen.
De nonnen controleerden zelfs hoe wij in bed lagen. Wij lagen met onze armen gekruist over onze borst en durfden ons de hele nacht niet te bewegen.
"Niet aan de dekens frutselen!"
Ik sliep in een bed achter in een lange, smalle zaal met tien bedden. Mijn enige persoonlijke ruimte was de muur achter het bed, waar ik een neonkruisje had opgehangen dat ik voor mijn verjaardag had gekregen. Op zij van mij stond een metalen kast die dienst deed als paravent: negentig cm privé. Ik onderwierp mij drie maand aan totale verveling. Ik had het gevoel dat ik een buitenbeentje was.